| Zevenbergen, of Sevenbergen zoals het vroeger werd genoemd; |
In het mooie vlakke polderland van noordwest Brabant ligt de
stad Zevenbergen. Een rustig, regionaal verzorgend stadje,
een straatbeeld met boodschappende moeders. En in het
gemoedelijke centrum kun je nog parkeren zonder automatische
tolgaarders. En je kunt er op een muurtje zitten en
rondkijken over een haven die geen haven is. Bij elkaar
gewaaid door de IJstijd, bijna weggespoeld, belegerd,
beschoten, de haven ontstolen door de luimen van de tijd. En
nu opnieuw bedreigd. Dat is Zevenbergen. Bedreigd? Ja, want
buiten Zevenbergen rukken de graafmachines op, de
belegeringswerktuigen van onze jaren. Ze egaliseren de
polders die straks worden weggestopt onder asfalt en
fabrieken. Aan de oostkant een nieuw bedrijventerrein, aan
de noordkant Moerdijk I en misschien Moerdijk II.
Wie in de buitenwijken uit het dakraam kijkt, ziet de draglines naderen.
Dat wordt een andere eeuw.
Het gaat nu over gisteren, over de wortels van een kleine stad in
West-Brabant. Dat kalme Zevenbergen heeft al veel meegemaakt. De stad is
zelfs van provincie verhuisd. |
 |
|
Het
oude Koetshuis |
|
|
| |
Zevenbergen is vanouds een Hollandse stad. Op 21 december 1805 stelt een
Staatsbesluit de grenzen van de nieuwe departementen vast. De scheiding
tussen Holland en Bataafs Brabant loopt van Willemstad door het
Hollandsch Diep en de Biesbosch via het Oude Maasje naar Heusden.
Alles ten zuiden ervan, voor een deel eeuwen Hollands gebied, wordt nu
Brabants. Van die dag af hoort Zevenbergen bij Noord-Brabant.
Zevenbergen!
De naam zou kunnen duiden op reliëf in het normaal toch vlakke
polderlandschap. In de stad zijn inderdaad enkele markante hoogten te
zien. Dat zijn de 'bergen', maar het zijn er geen zeven. Deze bergen
zijn denkelijk oude duinen die in de late IJstijd door de wind bij
elkaar geblazen werden.
Natter
In die tijd
bestond het gebied van Zevenbergen nog uit een zandlandschap. Na de
IJstijd begon de zeespiegel te stijgen. Daardoor werd deze noordwesthoek
van Brabant steeds natter. Tegelijkertijd vormde zich een veenlaag die
tot ver in de Middeleeuwen aan de oppervlakte lag. Alleen de oude
zandduinen bleven er bovenuit steken. Behalve de bergen van Zevenbergen
is ook de Hazeldonk bij de brug naar Leur daar een voorbeeld van.
De uitgestrekte veengebieden rond de bergen trokken mensen aan. Ze
waren, uitgedrukt in bestuurderstaal, een belangrijke vestigingsfactor.
Immers de venen, destijds moeren genoemd, lagen er ongestoord bij. Ze
boden de mogelijkheid om turf en later ook zout te produceren.
Turfwinning bleek in principe overal mogelijk, maar in het begin
beperkten de commerciële ondernemingen zich tot de moeren aan de voet
van de hoge gronden. Die konden eenvoudig ontwaterd worden en de
geproduceerde turf kon op schuiten via korte kanalen naar open rivieren
worden gebracht om te worden afgevoerd.
d |
|
|
Verbruikers waren de opkomende stadjes in de streek, Antwerpen en de
Vlaamse steden. Geen wonder dat de Vlamingen (stedelingen, stedelijke
instellingen, kloosters en adel) in de jaren van 1263 tot 1300 de
belangrijke exploitanten van de turfgraverijen werden. Tot hun
werkterrein behoorden Zeeuws-Vlaanderen en vier plaatsen in
Noord-Brabant: Roosendaal, Etten, Huijbergen en ... Zevenbergen.
De turfgraverij bracht een typisch eigen nederzettingspatroon met zich
mee. Het meest opvallend waren de arbeiderswoningen op de vaartkanten en
op de hoge koppen in het veen en de havenplaatsen. Die lagen waar de
vaart bij een rivier kwam en de turf op schepen werd overgeladen.
Plaatsen als Leur, Oudenbosch, Roosendaal, Zevenbergen en het verloren
gegane Zonzeel danken hieraan hun eerste opkomst. Toen later, na 1360,
door de groeiende invloed van de zee in deze regio, het veen begon te
verzouten, schakelde men over op de productie van zout, vooral omdat
zout meer geld opbracht dan turf. Met de opbrengst van het zout kon men
het dijkherstel snel afbetalen.
In de oudste schriftelijke bronnen is Zevenbergen er gewoon ineens,
zomaar uit het niets. Net als Steenbergen treffen we Zevenbergen plots
in de oorkonden aan als een uitgebreide nederzetting. Uit de allereerste
vermeldingen van Zevenbergen (1287) blijkt deze plaats al een heer, een
kerk, een sluis, een schepencollege en een molen te hebben.
Bovendien bestaat er een levendige handel in moeren. In 1287 zijn er al
moeren verkocht en er zullen er meer volgen: tot een oppervlakte van
minstens 273 hectare. Ook hier is er een band met de Vlamingen.
De kopers komen uit het Vlaamse Brugge: het klooster Zoetendale, het
Sint Janshospitaal, het Heilig Geesthuis en verder gaat het om de
Bruggelingen Paulus de Calkere en Willem Bette.
Dat lijkt nog maar de start, want in 1296 wordt een lijst van achttien
wanbetalers uit Brugge en omgeving opgesteld. Ook bestaat er een lijst,
uit 1306, van in de kasselrij van Brugge gevestigde veenbezitters in de
Zevenbergse Moer. Die lijst vermeldt niet minder dan zesendertig
personen en instellingen.
Als ze allen evenveel moer rijk zijn geweest als de eerste vijf dan zou
deze Brugse Moer bij Zevenbergen alleen al 2000 hectare groot geweest
moeten zijn.
De overheersende aanwezigheid van de Vlamingen in Zevenbergen blijkt uit
nagelaten stukken van de heer van Strijen. Toen hij in 1290 de heer van
Zevenbergen machtigde om voortaan geheel zelfstandig moeren uit te
geven, noemde hij daarbij alleen de Vlamingen als kopers met name: "sijn
sij uut Vlaenderen of uyt wat anderen lande..."
In Bergen op Zoom, Steenbergen, Zevenbergen en Breda viel de turfhaven
met de haven van de stad samen. In Zevenbergen lijken de aanleg van de
haven en van de vaart onverbrekelijk met elkaar verbonden. Dat valt in
ieder geval af te leiden uit de omstandigheid dat Zevenbergen, zijn
haven en zijn moeren plotseling in alle volledigheid in 1287 in de
streekgeschiedenis verschijnen.
Grachten
De haven van
Zevenbergen vormde de verbinding tussen de vaart van de moeren en de
rivier de Mark, die toen nog vlak langs de stad, ongeveer door het
Zwanegat, stroomde.
Dat wekt de indruk dat het hier om een op de turfexploitatie gerichte
nederzetting gaat. Dat de vaart een kleine knik maakt bij het
binnenkomen van de haven is te begrijpen. Op deze manier kwam de haven
meer dwars op de rivier te liggen.
Zodoende ontstond er ruimte voor de vrijwel symmetrische
stadsplattegrond die nog altijd zichtbaar is in het huidige Zevenbergen.
Op de kaart die in 1543 voor de Atlas van Deventer gemaakt werd, zien we
dat de stad omsloten wordt door grachten, maar geen muren heeft.
Centraal in Zevenbergen ligt dan de haven, met parallel twee straten met
bebouwing, de Noordhaven en de Zuidhaven. Ten noordwesten hiervan,
evenwijdig aan de haven, zijn nog twee onbebouwde straten getekend: de
Lange Noordstraat en de Lage Wipstraat. Aan de zuidoostzijde ligt een
halfbebouwde parallelle straat: de Molenstraat.
Aan de centrale dwarsverbinding tussen de twee poorttorens op de
stadsgrens (Lobbekestorenstraat, Dijkstraat, Markt, Stationsstraat)
liggen een poort, een brug over de haven (de Oude Brug), het marktplein,
de kerk en het kasteel van de heren van Zevenbergen en nog een poort.
Iets verder naar het zuidwesten ligt een tweede brug over de haven (de
Nieuwe Brug). Aan het noordoostelijke einde van de haven staat nog een
poort en aan het zuidwestelijke einde zien we een houten standerdmolen.
|
 |
| Boerderij
Schrauwen aan de markdijk |
|
De structuur van Zevenbergen in 1543 maakt een planmatige indruk, maar
er is duidelijk nog voldoende ruimte voor woningbouw. Die overvloedig
aanwezige bouwgrond zal wel een gevolg geweest zijn van de slechte eeuw
die Zevenbergen achter de rug heeft.
Militair
karakter
In de jaren
1332 tot 1334 wordt hertog Jan III van Brabant geconfronteerd met een
vijandige coalitie van omringende vorstendommen, Vlaanderen, Luik, Gelre
en Holland met het daartoe behorende Zevenbergen.
In die jaren kreeg een aantal steden in het noordwesten van het
hertogdom Brabant en ten zuiden van het graafschap Holland een militair
karakter. Er verrezen muren rond Tholen, Bergen op Zoom, Steenbergen en
Breda.
Geertruidenberg was iets eerder en had in 1319 al vesten. Deze Hollandse
stad kreeg in 1313-1325 zelfs een burcht. In Breda verrees vanaf 1330
een nieuw kasteel. Mogelijk is ook Zevenbergen in deze periode omwald,
terwijl er eveneens een sterk kasteel gebouwd werd.
De turfafgraving zorgde in West-Brabant voor een aanzienlijke
bodemverlaging. Als gevolg daarvan kreeg Zevenbergen vanaf 1360 steeds
meer met overstromingen te maken. Dat men in die periode toch opnieuw
ging graven, dit keer vanwege zoutwinning, verergerde de toestand alleen
maar.
Volgens de volksverhalen werd Zevenbergen gewaarschuwd voor de ijdelheid
van de stedelingen: "Heel Zevenbergen zal vergaan, alleen de
Lobbekestoren (de grote toren van het kasteel) zal blijven staan."
Na 1383 werd het moergebied ten oosten van de stad opgegeven: men kon
niet meer tegen het water opboksen.
Dan komt het jaar 1421.
In de Lage Landen heerst de pest. In januari, februari en mei zijn er
overstromingen en dijkbreuken in Holland en Zeeland. Het lijkt een
waarschuwing. Na een wisselvallige zomer maakt vroeg winterweer de
wolven hongerig.
"Er heersen bedrog, dood, twist en water, betrokken is de lucht", rijmt
het volk. Op 18 en 19 november woedt een zware storm. De stormvloed die
ermee gepaard gaat, verdrijft ook de inwoners van Zonzeel, een dorp dat
lag nabij het huidige Langeweg.
Zevenbergen lag na de Elisabethsvloed als een eilandje in een wijde
watervlakte. De uitgestrekte laag gelegen gebieden rond de stad bleven
in ieder geval bij vloed onder water liggen.
Het water bracht ook bezinksel mee. Zo ontstond de dikke kleilaag die
ervoor zorgde dat deze drijvende gebieden na 1500 weer bedijkt konden
worden.
Niet alleen het water belegerde Zevenbergen. Tot overmaat van ramp sloeg
de hertog van Brabant in 1427 zijn tenten op voor de stad. Hij nam
Zevenbergen in.
Uit de rekeningen die daarna opgemaakt werden, weten we dat buiten de
stad alleen wat visrechten verpacht werden, terwijl de Hazeldonk
verhuurd werd als weiland voor de paarden van de hoge adel.
In de jaren 1540-1545 zijn de bestuurders van Zevenbergen druk doende om
de haven van Zevenbergen weer met goed bevaarbaar water in verbinding te
brengen.
De Oude Mark is geheel dichtgeslibd en de Nieuwe Mark loopt nu veel
verder van de stad. Er wordt dus een verbindingskanaal gegraven. In
noordelijke richting is er net zo'n kanaal gereed gekomen. Het geeft
aansluiting op de Mooie Kene, een grote nieuwe kreek tussen Zevenbergen
en Klundert.
Kort daarop, rond 1550, heeft het polderland rond Zevenbergen zijn
huidige vorm gekregen. Veel gebeurde er niet tot in de achttiende eeuw.
Tegen die tijd functioneert het havenkanaal niet goed meer. Het wordt
met sluizen afgesloten. Nog niet gehinderd door de luxe van een
historisch besef, besluiten de bestuurders van de Nassause Domeinraad,
waaronder Zevenbergen inmiddels behoorde, in 1728 om het middeleeuws
kasteel met de Lobbekestoren af te breken.
Met het puin van dit verre verleden weten ze wel raad. Verscheept in
schuiten gaat het naar Walsoorden. Daar is men juist bezig om de
vooroeververdediging van de Zeeuws-Vlaamse kust te versterken met
zinkstukken en rijshoofden. Dat alles wordt met stenen verzwaard,
honderden tonnen alleen al in 1729, maar ook in de vier jaren daarna.
Die honderden tonnen steen worden geproduceerd door het vroeger zo
imposante verblijf van de heren van Zevenbergen af te breken.
Zo dumpt Zevenbergen het middeleeuws verleden in de Westerschelde.
Suikerfabriek
De negentiende
eeuw brengt Zevenbergen behalve een spoorlijn ook een suikerfabriek. Dat
lokt activiteit uit in de herfst en in de winter: mannen die zich per
fiets en brommer naar 'de fabriek' reppen, vrachtwagens en schepen vol
bieten.
Ook dat gaat voorbij, al verrijst net buiten Zevenbergen nog een moderne
versie van de Lobbekestoren: de suikersilo.
Anno 1999 is de suikerindustrie alweer uit Zevenbergen verdwenen en de
suikersilo staat leeg. Misschien is de dijk bij Walsoorden weer aan
onderhoud toe?
Na de Tweede Wereldoorlog gaat Zevenbergen mee in de vaart der volkeren.
Er worden nieuwe woonwijken bijgebouwd en er komt een autoweg.
De haven, ooit de ontstaansbasis van de stad, wordt dichtgegooid nadat
jarenlang de kademuren zijn verwaarloosd. Het doorzicht langs de haven
wordt nu belemmerd door een bouwwerk waarin een lunchcafé is gehuisvest,
maar wat nog het meest lijkt op een pillendoos. Misschien moet hier, net
als in Breda, ook eens gepleit worden voor herstel van de haven: dat zou
de herkenbaarheid van de historische structuur van de binnenstad van
Zevenbergen zeer ten goede komen.
De korenmolen aan de lage wipstraat,
foto is van 1925.
Toen de molen in 1841 (aan de straatkant zit Den eersten
steen, anno 1841) werd opgetrokken, vormde de Lage
Wipstraat de rand van het dorp Zevenbergen. Inmiddels
zijn de stadscontouren vele malen groter en staat de
molen in het stadshart.
De naam van de molen is " FLEUR"
Inventaris nummer:
NB128
Bouwjaar:
1841 /1999
Type:
Stelling molen (ronde stenen molen)
Functie:
Korenmolen
Adres:
Lagewipstraat 80
Rijksdriehoek coördinaten: X: 100783 Y:406656
|
 |
|
|
|
Bedden fabriek Hazet
Aan de huidige Hazeldonkse zandweg, die
vroeger Zandweg heet, stond rond 1915 nog de stoomtimmer fabriek
" De toekomst", later is in dit pand de bedden en matrassen
fabriek gevestigd genaamd de Hazet. Op deze fabriek heeft mijn
vader jaren gewerkt samen met o.a de heer Piet Assman. Toen ik klein
was wachte ik mijn vader daar op tot hij klaar was met werken. |
 |
| Speltje Hazet |
|
Om verder te lezen:
Tijdschrift Oud Nieuws.
A. Delahaye: De Roodevaart of haven van Zevenbergen.
Jaarboek De Oranjeboom 1 (1963).
A. Delahaye: Heerlijkheden en de heren van Zevenbergen 1.
Publikatie Nassau Brabant nr.1, 1963.
A. Delahaye: Het kasteel van Zevenbergen. In: Heren XVII van
Nassau-Brabant. Zundert 1979.
K.A.H.W. Leenders: De exploitatie van de moergronden bij Zevenbergen.
Jaarboek De Oranjeboom 32-33.
Copyright BN/DeStem/Uitgeversmaatschappij Zuidwest-Nederland BV, The
Netherlands.
Niets op deze website mag worden verveelvoudigd, of worden opgeslagen in
een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm
of op enige andere manier, hetzij op papier, hetzij digitaal, zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van hoofdredactie en/of de
uitgever.
|